Piet Mondriaan

Klikskee.jpg

Wat saai zeg, alleen maar die vlakjes...
~ Jij over Piet Mondriaan.

Hij schilderde erg abstract.
~ Kapitein Overduidelijk over Piet Mondriaan.

Pieter Cornelis (Piet) Mondriaan was een Nederlands kunstschilder die ergens in het midden van zijn leven een voorliefde kreeg voor de abstracte kunst. Dit werd, in tegenstelling tot vele andere kunstwerken van diverse schilders zoals Vincent van Gogh (verkocht er welgeteld één), wel verkocht in de periode dat hij nog leefde en zich met zijn kunstvorm bezig hield. In het begin verkocht hij ook niets, maar later kwam het wel op gang. Men moest er wel enorm aan wennen, want in de schilderijen van Mondriaan was helemaal niets te zien. Men was namelijk gewend beeld van bijvoorbeeld een molen en een open veld op de voorgrond gewend, in plaats van een stel vlakjes die grotendeels ongeroerd gelaten werden terwijl er een paar vlakjes wél ingekleurd werden. Hijzelf noemde deze vorm van kunst de Nieuwe Beelding, om de mensheid een totaal nieuw beeld te geven op de kunst.

LevensloopBewerken

JeugdBewerken

 
Het geboortehuis van Piet Mondriaan.

De kleine Piet werd op 7 maart 1872 in Amersfoort geboren in een huis, dus niet buiten. Hij was de zoon van een streng Christelijke onderwijzer die hem al vlak na zijn geboorte liet dopen door de kerk en opvoedde volgens Christelijke maatstaven. Zijn moeder was regelmatig ziek, wat tot resultaat had dat kleine Piet zijn zuster uiteindelijk mama begon te noemen. Hij begon na zijn kleutertijd te tekenen, want zijn vader deed dit al regelmatig. Hij werd geïnspireerd in de wereld van de kunst en de schilderijen, en raakte uiteindelijk er ook iets te veel door geobsedeerd. Dit ging bijna ten koste van zijn school, want kleine Piet tekende liever poppetjes met zijn griffel op zijn lei, terwijl hij gewoon woorden op moest schrijven voor welk ander dictee. Dit had als resultaat dat kleine Piet op vroege leeftijd al last kreeg van vingerkrampen vanwege de duizenden regels aan strafwerk. Nadat kleine Piet aan de leerplichtwet had voldaan, verliet hij direct de school om zich te gaan focussen op het schilderen.

Periode in NederlandBewerken

 
Piet Mondriaan aan het werk.

Na zijn schooltijd had de al wat groter geworden Piet minder tijd voor het schilderen dat hij verwachtte - dit vanwege de vele verhuizingen die hij meemaakte - waardoor hij danig depressief begon te worden. Hij raakte snel verveeld, boeken konden hem niet opvrolijken, buiten had hij geen bal te doen, hij kon alleen maar in bed liggen en af en toe naar de huiskamer gaan om te eten.

Echter dacht hij regelmatig terug aan school. Hij wist zelf dondersgoed dat hij nooit een echt goed kunstschilder kan worden zonder genoeg geld op zak, en dat had hij niet. Hij besloot terug naar school te gaan, dan wel als kunstonderwijzer, want hij hoefde nu niet meer strafregels te schrijven - dit gaf hij zelf immers nu. Dit tot grote vreugde van de volwassen geworden Piet, die zelf er uiteindelijk lol aan begon te beleven. Niet alleen aan het strafwerk uitdelen aan stoute leerlingen zoals hijzelf toentertijd, maar ook aan het bijbrengen van de kennis die hij nog een beetje had onthouden uit zijn korte leven als studentje op de lagere school. Tijdens zijn periode als onderwijzer aan de lagere school begon hij zelf ook dingen op te steken. Hij wilde verder gaan, want hoe hoger je kwam, hoe meer er verdiend werd. Dit was essentieel voor de ambitieuze Piet, want hij wilde altijd nog kunstschilder worden, terwijl hij langzaamaan weer last kreeg van zijn vingerkrampen die hij nog van de lagere school overgehouden had. Hij moest door de of de zure appel en de pijn van het vele geschrijf heen bijten, maar uiteindelijk ging hij toch door naar het voortgezet onderwijs (wederom als kunstschilder), waar hij niet verder kwam. Na een aantal jaar bezig te zijn geweest (fulltime) besloot hij wat minder lesuren in te lasten (parttime) om zo meer tijd te krijgen voor het schilderen in zijn vrije tijd.

Toen hij van zijn inmiddels al aardig gegroeide kapitaal een ezel, een aantal kwasten, veel verf, een aantal doeken en een palet gekocht had, kreeg hij de angstaanjagende vraag toen hij voor het eerst weer een kwast in handen kreeg: "Heb ik nog wel inspiratie?" Deze vraag bezorgde hem nog een aantal slapeloze nachten, want hij had in zijn jeugd nog niet zoveel zorgen aan zijn hoofd dan dat hij nu had. Hij kreeg echter een idee: hij besloot te gaan schilderen in opdracht van klanten. Het begon met het schilderen van bacteriën, het kopiëren van werken in musea en allerlei andere dingen. Hij verkocht wel wat schilderijen, maar net genoeg om zijn hobby nog te kunnen uitvoeren.

Later stopte hij met het schilderen in opdracht van klanten, omdat hij moe werd van alle deadlines en druk die op hem gelegd werd door de kritische klanten. Hij verhuisde van Amsterdam naar Zeeland om landschappen te schilderen. Dit hield hij 4 jaar vol, maar op een gegeven moment werd de pijn in zijn vingers hem teveel. Hij werd gedwongen door zichzelf en de doktoren te stoppen met schilderen, maar hij wilde doorgaan. Toch wist hij zelf dat het schilderen van landschappen wel op zijn buik kon schilderen. Hij moest iets anders verzinnen hoe hij zijn passie voor kunst voort kon zetten.

Zeeland: LeegteBewerken

Toen hij voor inspiratie naar Zeeland ging om landschappen te tekenen was dat achteraf gezien niet zo handig geweest omdat hij nu eenmaal die ergerlijke vorm van vingerkrampen had. Hij moet toch iets anders bedenken, want hij had zijn baan als onderwijzer al opgegeven, in de hoop dat hij een zelfstandig bestaan kon opbouwen als kunstschilder die erom bekend zou staan dat hij een stelletje landschappen vol gras, lucht en schapen met een paar bomen zou tekenen. Hij kreeg echter een idee. Hij nam een doek, keek er eens goed naar, en kreeg last van een ellendige gedachte die hem nog lang zou vasthouden! Wat was namelijk zijn plan geworden? Wel, een totaal nieuwe vorm van kunst, namelijk de abstracte kunst van de leegte. Een aantal beroemde kunstwerken zijn hieronder te aanschouwen:

Hij had intussen al rond de 320 schilderijen waar helemaal niets in te zien was dan één standaard kleur (die negen van de tien keer niet eens kleuren waren) gemaakt, maar uiteindelijk viel het hem nogal op dat er helemaal niets verkocht werd. Hij begreep totaal niet hoe dit kon, zelfs de psychiater niet die hij regelmatig vanwege dit geval bezocht. Hij moest weer eens wat anders bedenken. Landschappen kon hij niet meer. Zijn handen begonnen al misvormd te geraken en de kwast moest al anders worden vastgehouden dan normaal. Hij besloot naar Parijs te gaan om inspiratie op te doen.

Parijs: KubismeBewerken

In Parijs kwam hij direct in aanraking met de oude gebouwen, maar hier had hij niet zoveel aan. Hij wilde kost wat 't kost abstracte kunst maken, omdat hij vanwege zijn handicap simpelweg niet anders kon. Zijn ideeën om meer abstract te gaan denken is positief opgenomen door de personen die in het atelier zaten waar hij zich ging vestigen en die besloten hem te helpen. Hij besloot zelf om de 319 schilderijen die hij maakte in het kader van de periode van leegte in Zeeland weg te geven voor nop aan toevallig voorbijkomende voorbijgangers (op één schilderij, namelijk Lucht bij nacht zonder sterren, tot op de dag van vandaag nooit meer teruggevonden) en volledig opnieuw te gaan beginnen. Hij begon met het maken van wat streepjes. Deze streepjes werden er al langzaam meer, al waren het altijd streepjes die loodrecht op elkaar lagen en recht waren, zonder bochten. Dit leidde ertoe dat er wat meer streepjes moesten komen, totdat er opeens een vierkant gevonden was.

Uiteindelijk hing zijn appartement vol met dit soort schilderijen en vond hij het uiteindelijk maar wat saai. Hij was al gewend geraakt om in hokjes en zwart-wit te denken, maar er míste gewoon iets. Dit bleek kleur te zijn.

Nederland: Aanvullingen en nog meer vernieuwingBewerken

Omdat zijn vader ziek was, ging hij in 1914 terug naar Nederland. Echter wist hij zelf als hij niets verkocht, dat het moeilijk zou worden om niet meer terug te komen naar Parijs. Ook was op dat moment de Eerste Wereldoorlog uit. Hij moest nog naar Nederland komen, of hij zat vast in België, de plek waar de hele heisa net bezig was. Toen het rustig was, ging hij langzaamaan door naar Nederland, maar eenmaal bij de grens kwam hij een elektrisch hek tegen met een groep dode Belgen ervoor. Dit kwam omdat Nederland de massale toestroom van Belgen aan de grens zat was, en men ze liever in België hield dan in Nederland. Na veel ellende aan de grens, paspoortcontroles, spraaktesten zoals het laten uitspreken van "Scheveningen", "Chocolade" en "Gådværdåmmæ", kon hij alsnog de grens over, naar zijn vader toe. Hij bleef gedurende de gehele oorlog in Nederland, en tegelijkertijd hoopte dat hij iets zou gaan verkopen. Echter verkocht hij ook in Nederland verkocht helemaal niets. Alle strepen werden saai bevonden en zijn zwart witte leventje schreeuwde om kleur. Hij had echter geen zin om alles in de strepenschilderijen in te kleuren, want dan vond hij het merkwaardig genoeg gewoon troep. Hij besloot slechts een paar hokjes dingen in te kleuren per schilderij, dat een aantal bizarre kunstwerken tot resultaat had. Hij koos specifiek alleen voor de kleuren rood, geel en blauw, want hij wilde alleen primaire kleuren gebruiken. Ook had hij een bloedhekel aan de kleur groen. Deze kleur is nooit in één van zijn werken teruggevonden, op een aantal landschapschilderijen.

De huidige opzet van zijn schilderijen bleken de huidige en laatste te zijn. Mondriaan ging namelijk over tot de pure abstractie. In deze schilderijen was namelijk ook niets te zien dan strepen en kleuren. De consument keek maar raar op tegen dit soort schilderijen, en weer verkocht hij niets. Hij had uiteindelijk ook niet heel veel geld meer over. Hij moest kiezen, in Nederland waar niemand nog naar zijn schilderijen omkeek blijven, of naar Frankrijk gaan waar verder nog van alles mogelijk was. Hij besloot om door het slagveld in België weer richting Frankrijk te gaan.

Parijs: Langzame bloeiBewerken

 
Na zijn dood is hij - dat op zich zeer logisch was - wereldwijd beroemd en geroemd geraakt.

Naar mate Mondriaan meer schilderijen maakte, hoe meer varianten er kwamen. Dan kwamen er vierkantjes, dan rechthoeken, en ook spontaan figuren die niet volledig omringd werden door de zwarte strepen. Hij zag er in Nederland geen gat meer in voor zijn kunst, en ging wederom in 1919 terug naar Parijs, richting zijn oude atelier waar hij zich na zijn eerste bezoek aan Parijs. Hij hoopte hier meer volgelingen te vinden, maar hij hoopte ook dat zijn vroegere vrienden verder zijn gegaan met zijn vorm van kunst, maar nee, zij waren dat niet. Wel zijn ze abstract gebleven, maar hij kon zichzelf er niet in terug zien. Uit teleurstelling ging hij naar een ander atelier, maar na twee jaar keerde hij weer terug naar zijn oude vertrouwde plek. Hier maakte hij nog meer van de rood/geel/blauw/witte met zwarte strepen schilderijen, en begon bekendheid te vergaren.

Hij kreeg vraag naar zijn schilderijen, en wederom kwam er tijdsdruk. Hij schilderde echter met olieverf, en dat heeft een tijd nodig om te drogen. Echter, had hij weinig tijd, en gebruikte hij petroleum om het sneller te laten drogen. Dit had wel tot resultaat dat de verf begon te barsten en de schilderijen zagen er niet meer gaaf uit. Wederom werd hij gek van de druk, en op het hoogtepunt van het verkopen van zijn schilderijen, begon hij zich te gedragen als een kluizenaar.

Op een gegeven moment vond Mondriaan zijn werk niet "absoluut" genoeg, en hij begon weer te piekeren over wat er ontbrak. Een wat zo simpel lijkt schilderij is in feite een zeer tijdrovend iets, maar toch was er iets dat ontbrak, ondanks alle tijd die erin gestoken werd. Hij kwam wederom, al nu pas na drie jaar op de uiteindelijke oplossing: de diagonaal gebruiken. Dit heeft echter wel geleidt tot ruzies van een aantal van zijn vrienden in het atelier, want Mondriaan wilde dit eigenlijk niet, en de anderen weer wel. Hij besloot echter om te schilderen in een diagonale hoek, dus in een ruit. Hij draaide zijn doek 45° en begon zo weer loodrecht te schilderen, al was het niet rond de randen. Wel werd het duidelijk dat nu wel de Stelling van Piet Apegras toegepast kon worden, want Apegras was nu eenmaal een naamgenoot van Mondriaan. Dit was het signaal dat Mondriaans kunstwerken ook in trek begonnen te raken bij de wiskundigen, vanwege de vele vormen die erin voorkwamen, al beperkte Mondriaan het bij de vierkant en de rechthoek.

New York: Nog meer vernieuwingenBewerken

Vanwege de politieke spanningen vertrok Mondriaan in 1938 van Parijs naar Londen om daar zijn werk te promoten. Op een gegeven moment voerde het Duitse leger een blitzkrieg uit op Londen, en hij kon maar net ontkomen. Hij raakte hierdoor in shock, en vluchtte verder naar New York, niet om zijn werk meer te promoten, maar om te vluchten. Hier kreeg hij een atelier toegewezen, meubilair en een platenspeler. Hierdoor raakte ook hij verslaafd aan de Boogiewoogiecultuur in New York. Dit gaf hem inspiratie tot nog meer werken, namelijk het werken in ruiten en nog meer vlakjes gebruiken dan eerst. Hij besloot in zijn laatste schilderij die hij ooit zou maken, genaamd Victory Boogie-Woogie in 1942 de zwarte strepen weg te laten, en ook zwarte vlakjes te maken, naast de rode, gele en blauwe. Grijs kwam er ook in voor, maar het schilderij is nooit afgekomen. Hij stierf namelijk in 1944 door een longontsteking. Hij zag in 1943 pas voor het eerst in dat hij niet aan het schilderen was, maar slechts aan het tekenen met olieverf. Hij was hier zo ziek van, dat hij de vlakjes in zijn laatste schilderij steeds kleiner begon te maken. Hij begon dingen te vergeten en op een gegeven moment heeft hij de kwast neergelegd. Voorgoed.

Huis-, kunst- en kladschilders

Bosch · Bruegel · Claus · Dalí · Da Vinci · Hitler · Magritte · Mondriaan · Picasso · Rembrandt · Rubens · Van Eyck · Van Gogh · Vermeer