Gebruiker:Roye7777777/Taaladvies

Splodebord1a.jpg !!!WAARSCHUWING!!!
Dit is een SEMI-SERIEUZE PAGINA.
Onderstaande informatie kan uw grappige humeur bederven.
Het kennisnemen van onderstaande informatie is geheel voor eigen risico. Eventuele nadelige (genetische) gevolgen voor u of uw nageslacht kunnen niet worden verhaald op het niet kunnen lezen van de te kleine letters op de verpakking.
GARANTIE TOT DE DEUR!
Protip: neem een kopje thee, dan valt alles wat beter.

Om deze lijst te kunnen begrijpen ga ik er vanuit

  • dat je Nederlands hebt (gehad) op school;
  • dat je termen als persoonsvorm, infinitief, voltooid deelwoord, hulpwerkwoord, de stam, zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord en zelfs de term werkwoord kent;
  • dat je weet dat het Nederlands zwakke en sterke werkwoorden bevat;
  • dat je weet dat zinnen beginnen met een hoofdletter en eindigen met een punt, een uitroepteken of een vraagteken;
  • en dat je nu wel weet dat opsommingen zoals deze eindigen met puntkomma's, op deze na, omdat deze het laatste punt is.


Klinkt dit nu al eng en krijg je er spontaan een allergie-aanval van? Dan mag je dit bovenstaande allemaal negeren en gewoon naar beneden scrollen.


Hieronder een tabel-achtig overzicht van allerlei gezwets met taal. Met kleurtjes! Onderin staan verder nog een lijst met meer informatie over grammatica en enkele fouten die verschrikkelijk zo erg ontiegelijk te vaak voorkomen.

N.B.: deze pagina zuigt apenballen in IE 8 of lager. Ga eens een fatsoenlijke browser gebruiken!

Werkwoordspelling en andere spellingBewerken

Om wat voor soort woord gaat het?

De regel

Voorbeelden

persoonsvorm

tegenwoordige tijd

enkelvoud

stam + t
N.B.: vind jij?, zal ik?

Dat gebeurt nooit.
Hij verbrandt oude rotzooi.
Zometeen verbrand je jezelf nog!
Ik houd van kaas. Maar:
Houdt meneer Pukkel van hardcore?
De jij-/hij-/zij-vorm[1] eindigt NOOIT met -d, tenzij het werkwoord vóór 'jij', 'hij' etc. komt ("Vind je?" dus)!

meervoud

infinitief

Jullie klagen de hele dag.
Wij zweten als wij schrijven
Willen jullie nu eens een keer ophouden?!

verleden tijd

sterke werkwoorden

klankverandering

We verloren het potje bierpong.
Ze brachten niets anders dan ellende.

zwakke werkwoorden

stam + te(n) of de(n)

Hij voelde veel pijn.
Hij krijste zeer luid.
De omstanders verbaasden zich.

voltooid
deelwoord

komt na de hulpwerkwoorden hebben, zijn of worden

N.B.: voltooide deelwoorden van werkwoorden die beginnen met be-, ge-, her-, ont- en ver- zijn niet herkenbaar d.m.v. ge-.

langer maken of met 't kofschip -t of -d bepalen.

Het is gebeurd.
Niemand heeft het geweten en verwacht.
De buurman wordt ervan verdacht.
Het huis is ontploft.
N.B.: Het huis is vervolgens afgebrand.

infinitief

- na hulpwerkwoorden als willen, moeten, mogen, kunnen, zullen...
- na te altijd infinitief

schrijf het hele werkwoord

Ik moet lang wachten.
Iedereen zal aan de beurt komen.
De monteurs kregen de te repareren auto.

bijvoeglijk
naamwoord

geeft een eigenschap van een zelfstandig naamwoord (geen werkwoord)

schrijf zo kort mogelijk
Let wel: stoffelijk bijvoegelijke naamwoorden zijn anders.

Gepaneerde mosselen zijn erg lekker.
Gebakken kibbeling is ook erg lekker.
Mooie meisjes met blond haar.
De beroofde oude dame was ontgoocheld.

gebiedende
wijs

schrijf de stam op

Rot nou eens een keer op!
Kijk uit waar je loopt!
Kom naar het feest vanavond!
Vermeld altijd de afzender.

Soorten werkwoordenBewerken

Werkwoorden als 'lopen'Bewerken

 
Lóóóóóópen

Omdat lopen uitgesproken wordt als lóóóópen (languit dus) wordt de spelling ervan bij het vervoegen beïnvloed.

  lopen beloven hopen heten koken
Ik loop beloof hoop heet kook
Jij/hij/zij loopt belooft hoopt heet kookt
Wij/jullie/zij lopen beloven hopen heten koken

Werkwoorden als 'zien'Bewerken

 
Zien

Dit zijn regulaire werkwoorden die verder weinig speciaals hebben. OK, zien is op zichzelf al vreemd omdat het net zo kort is als zijn en het werkwoord zitten is ook wat maf omdat er bij de stam (zit) slechts één t staat i.p.v. twee. Dit is bij elk infinitief zo met twee dezelfde medeklinkers aan het einde (willen (wil), liggen (lig), kussen (kus), hakken(hak)).

  zien bezorgen zitten hangen sporten
Ik zie bezorg zit hang sport
Jij/hij/zij ziet bezorgt zit hangt sport
Wij/jullie/zij zien bezorgen zitten hangen sporten

Werkwoorden als 'blijven'Bewerken

Hierbij wordt tijdens het vervoegen bij het enkelvoud de v een f. Idem voor de z die een s wordt.

  blijven bewijzen kiezen wrijven
Ik blijft bewijs kies wrijf
Jij/hij/zij blijft bewijst kiest wrijft
Wij/jullie/zij blijven bewijzen kiezen wrijven


Werkwoorden als 'kunnen'Bewerken

 
Hij kon het niet.

Werkwoorden als kunnen en zullen hebben een wat andere schrijfwijze dan werkwoorden als graven of kijken. De verschillen zullen hieronder getoond worden:

  kunnen zullen willen mogen
Ik kan zal wil mag
Jij kan of kunt zal of zult wil of wilt mag
Hij/zij kan zal wil mag
Wij/jullie/zij kunnen zullen willen

Het staat iedereen vrij om te kiezen tussen woorden als kan of kunt in de tweede persoon (de jij-vorm), maar over het algemeen gaat vaak de voorkeur uit naar kunt, zult en wilt[2]. Let wel, dat er een nuanceverschil is tussen jij kan en jij kunt. Waarbij jij kan een mogelijkheid tot het doen van iets weergeeft, geeft jij kunt een optie weer. Bijvoorbeeld: jij kan schrijven (dat heb je geleerd), maar je kunt een boek schrijven (als je wilt, niet iedereen wil dat namelijk i.v.m. luiheid of inspiratieloosheid of iets dergelijks).

N.B.: in de verleden tijd van willen, hebben veel mensen nogal de neiging om bij ik wou ook in het meervoud wij wouden te gebruiken. Dit is onjuist, aangezien het wij wilden moet zijn en wouden immers het meervoud van een woud (een bos) is.

Werkwoorden als 'zijn'Bewerken

 
Zijn of niet zijn

Deze werkwoorden zijn gewoon raar en hebben geen logica of wat dan ook. Ze zijn gewoon zo, net als jij.

  zijn hebben
Ik ben heb
Jij bent hebt (maar: u heeft!)
Hij/zij is heeft
Wij/jullie/zij zijn hebben

Werkwoorden als 'faxen'Bewerken

 
Intussen zal de thee wel op zijn zeker? Schenk nog maar wat in.

Bij Engelse werkwoorden als deze, is het zaak om zo veel mogelijk de gewone Nederlandse spellingsregels aan te houden. In enkele gevallen komt er een tussen-e.

  faxen mailen tapen deleten bowlen
Ik fax mail tape delete bowl
Jij/hij/zij faxt mailt tapet deletet bowlt
Wij/jullie/zij faxen mailen tapen deleten bowlen

Dan nu nog hardop het volgende:

Gebruik NOOIT HUN in de zin waar ZIJ moet staan!!

Meer grammaticaBewerken

Leestekens zoals komma'sBewerken

Probeer eens wat verfrissing en frisse lucht in de tekst te krijgen en plaats zo nu en dan wat komma's.

"De keizer van Rome die de baas was over alles alles beheerste slaven hield leuk was en nog rijk was ook besloot eens op aanraden van zijn vriend de druïde Frankrijk binnen te vallen om zo land te veroveren maar dat lukte niet want hij was dronken en had geen geluk in de liefde."

Is, naast dat het nog hartstikke fout is ook, geen pleziertje om voor te lezen. Maak er eens dit van:

"De keizer van Rome, die de baas was over alles, alles beheerste, slaven hield, leuk was en nog rijk was, besloot eens op aanraden van zijn vriend, de druïde, Frankrijk binnen te vallen om zo land te veroveren, maar dat lukte niet want hij was dronken en had geen geluk in de liefde."

Dat klinkt al een stuk beter.

N.B.: vóór het woord "en" komt nóóit een komma!

HOOFDLETTERSBewerken

 
Edward Munch gebruikte ook hoofdletters.

Een overzicht wanneer er wel of geen hoofdletter wordt gebruikt:

  • Zinnen beginnen met een hoofdletter. N.B.: als de zin begint met 'k, 't, 'n of 'ns, krijgt het woord erna een hoofdletter: 't Ding, 'n Beest etc.
  • Na een dubbelepunt, een puntkomma, een gedachtestreepje en een komma volgt geen hoofdletter.
  • Na een openend haakje géén hoofdletter, maar als de zin tussen haakjes eindigt, waarna daarbinnen een nieuwe zin begint, moet die uiteraard na de punt wel beginnen met een hoofdletter.
  • Eigennamen van personen, dieren, (geografische) landen, volkeren, gebouwen, bedrijven, talen etc. moeten met een hoofdletter (Jan, Fikkie, Egyptenaren, Amsterdam, Irak, Zuid-Frankrijk, Erasmusbrug, De Kuip). Namen van soorten (kan zijn: diersoorten, plantensoorten, soorten ziektes etc.) echter niet (kat, hond, roos, tuberculose).
  • Eigennamen die samengesteld zijn tot één woord worden niet met een hoofdletter geschreven: balkenendenorm, marxist, brailleschrift etc.
  • Titels zijn met kleine letters (professor, doctor, graaf, baron, koning, minister, paus, dalai lama).
  • Religies en religieuze personen krijgen geen hoofdletter (rooms-katholicisme, joden (het volk 'de Joden' is wel weer met een hoofdletter), boeddhisme, atheïsme etc. (de Heilige Geest, Boeddha, Shiva, God etc. krijgen wel een hoofdletter).
  • Vaak krijgen feestdagen en officiële nationale dagen een hoofdletter (Nieuwjaar, Dodenherdenking (wat een feest), Kerst, Prinsjesdag etc. (maar ramadan weer niet). Samenstellingen zijn veelal zonder hoofdletter: kerstfeest, nieuwjaarsborrel etc.

Zie voor het hoofdlettergebruik bij afkortingen bij de kop Afkortingen.

Bij eigennamen hebben Vlamingen en Nederlanders ruzie omtrent het gebruik van tussenvoegsels als "van" en "de" in de namen. In Nederland zou iemand als "Bart De Wever" (een Belg) "Bart de Wever" heten. Of Jan van Dijk (Nederlander) zou in België Jan Van Dijk heten. Normaliter wordt een tussenvoegsel met een kleine letter geschreven, zoals in Johan van den Broek, maar de Belg Johan Vandenbroeck moet weer zonodig zijn naam aan elkaar hebben (net als Filip Dewinter). Dit is echter niet zo belangrijk in de taal, omdat het paspoort van de persoon slechts één goed antwoord aantoont (met uitzondering van Muammar Al-Gathafi, of Moammar Al-Gadaffi, of Muammar El-Gadafi of hoe dan ook met die rare Arabische schrijfwijzen).

AfkortingenBewerken

HoofdlettergebruikBewerken

  • Wel: NMBS, NS, VRT, NOS, KLM, AIVD, VS, Z.K.H., CDA, HU, HTML etc.
  • Niet: d.w.z., d.m.v., t.e.a.b., cao, horeca, havo (in België is het dan weer wel ASO), incl., kg, km/u, nl. etc.

Zie voor een lijst met afkortingen hier.

Verborgen meervoudenBewerken

De VN is een afkorting en het op logica gebaseerde verstand zegt dat een afkorting enkelvoud is (immers één afkorting) en zal het uitkomen als "De VN doet iets". Helaas: VN betekent Verenigde Naties en is meervoud. Jammer joh, moet zijn "De VN doen iets". Hetzelfde als in "De Verenigde Staten veroordelen", maar "De senaat van de Verenigde Staten veroordeelt". Een beetje hetzelfde is het geval met "Een aantal mensen wil protesteren". Nu denk je: hé, mensen, dat is meervoud! Die willen protesteren! Maar ho even, een aantal mensen is toch echt enkelvoud en zodoende wil een aantal mensen protesteren.

Aan elkaar of niet?Bewerken

 
Van al dat taalgekakel blijf je dorstig. Blijf goed gehydrateerd.

Moet een woord nu aan elkaar, uit elkaar of met zo'n irritant streepje om het nog ingewikkelder te maken? Het Nederlands heeft eigenlijk geen vaste regels ervoor omdat er nu eenmaal uitzonderingen zijn (leg mij bijv. maar eens uit waarom "jazzzanger" juist gespeld is met drie z's aan elkaar...). Toch is de hoofdlijn ook gebaseerd op de stoffelijk bijvoeglijke naamwoorden. Het heeft niets met de -n te maken, maar wel met het gebruik. Een voorbeeld van een fout die ik ooit eens zag:

  • Een leuke treinen film!

Ik lees nu letterlijk: de leuke film is van treinen (het fictieve materiaal 'trein') gemaakt. Klinkt achterlijk, niet? Iedereen weet dat films van filmrolletjes (voor hen die vóór de jaren '80 geboren zijn) of van bar elektriciteit en rare systemen die niet uit te leggen en te verklaren zijn met licht en dergelijke. Stoffelijk bijvoeglijke naamwoorden zijn bijvoeglijke naamwoorden die een materiaal/stof zijn, met een -n, maar hier wordt niet een materiaal bedoeld, maar een beschrijving over de film. De film wordt niet gemaakt van treinen, maar de film gáát over treinen. Het moet dus zijn:

  • Een leuke treinenfilm (of beter: een leuke treinfilm, want: actiefilm, huilfilm, racefilm zijn ook enkelvoud; meervoud zou idioot eruit zien).

Ander voorbeeld:

  • Wij geven het terras weer een 10.

Je kunt je terras inderdaad beoordelen met een 10, maar je kunt ook à la Piet Paulusma het terrasweer een 10 geven omdat het zonnig is.

Herken zelf ten slotte het verschil tussen

  • drie jarige paarden;
  • en driejarige paarden.

en

  • routine matige controles;
  • en routinematige controles.

Kijk uit met die spatie.

Een n ertussen of niet?Bewerken

Eigenlijk is het volgens het Witte Boekje (dat wij hanteren) een vrije kwestie, maar toch een paar hoofdpunten die meestal wel zo het geval zijn:

  • Als het woord een letterlijke betekenis heeft, komt die -n- er vaak: boekenbon, kattenbak, hondenvoer etc.
  • Als je direct denkt dat het om meerdere exemplaren gaat, komt die -n- er ook vaak: kaartenbak, urenlang, dodenlijst etc.
  • Als het eerste deel een persoon aanduidt, komt die -n- er eveneens vaak: artsenpost, ziekenwagen etc.


  • Als er een verzamelbegrip wordt gebruikt, of als er een woord is waarbij meervoud ongebruikelijk is, komt die -n- er vaak niet: hellevuur, roggebrood, rijstepap etc.
  • Als je direct denkt dat er maar één exemplaar van is, komt die -n- er vaak niet: ruggegraat, zieleheil etc.
  • Als het woord eindigt op -lijk, -achtig, -lings, -ling en -loos, komt die -n- er ook vaak niet: ellendeling, zijdelings, landelijk etc.

Een s ertussen of niet?Bewerken

Of er een s tussen moet is afhankelijk van de combinaties met andere woorden. De -s- wordt veelal gebruikt bij samentrekkingen: stationshal heeft 'm wel bijvoorbeeld. Liefdesverdriet, liefdesscène hebben wel een -s-, maar bushalte en buschauffeur weer niet.

VerkleinwoordjesBewerken

 
Neem ook maar een patatje of frietje.

Op school werd ik al vroeg geconfronteerd met de vraag hoe ik auto in de verkleinvorm zou gaan zetten. Autotje zeker? Nee, het is autootje! Net als parapluutje, cafeetje, taxietje etc.

Je kunt woorden in de verkleinvorm zetten met -je, -tje en zelfs -kje: woninkje, palinkje, etc.

Let wel: sms'je, baby'tje, dinertje.

Dat streepjeBewerken

Dan nu het dilemma met het koppelstreepje. Eigenlijk wordt die nauwelijks gebruikt, maar de gevallen waarin die gebruikt wordt zijn:

  • Wanneer er twee klinkers tegen elkaar botsen. Zoals bekend kan een woord bestaan uit "onderdelen" als het ware. Ik haat taalkundige en redekundige ontledingen, dus die namen onthoud ik nooit, maar toch: "edeonderzoek" bestaat uit "ede" en "onderzoek". Hier ziet het er niet mooi uit, die e en die o zo naast elkaar terwijl die twee gekoppeld aan elkaar zijn als één woord (in het Engels moet het juist uit elkaar). Dit zijn zogenoemde tweeledige samenstellingen. Die klinkers naast elkaar is -1, dus een streep ertussen: "ede-onderzoek" is véél beter. Een "ede onderzoek" is weer niet goed: zie hierboven. Een onderzoek, gemaakt van ede (ook al is het zonder een -n, beeld het gewoon in). Andere voorbeelden: bende-aanklacht, lelie-evangelie en garantie-ontduiking (uitzondering is bij "koffieautomaat" omdat na de i al de e kwam in het woord zelf. Bij truiangst ook)
  • Bij essentiële betekenis- en bedoelingswijzigende aanvullingen van beroepen/bezigheden/andere soortgelijke dingen. Neem nu:
• PVV-stemmer (je hebt een gewone stemmer en een meer specifiekere PVV-stemmer);
• niet-roker (je hebt een roker, maar het tegenovergestelde is een niet-roker);
• privé-detective (je hebt een gewone detective, maar ook een privé-detective die iets minder gewoon is).
Bij bijvoeglijke naamwoorden als een zogenoemde aanvulling voor een beroep/bezigheid/ander soortgelijk ding geldt dit niet:
• lolblokkade (het maakt de blokkade lollig).
• haatbaard (het maakt de baard hatend).
  • Twee samenstellingen met eenzelfde betekenis die naast elkaar komen:
• de plaats Baarle-Nassau;
• minister-president;
• geel-groen.
  • Aardrijkskundige zooi:
• Noord-Korea;
• Centraal-Afrika;
• Zuid-Spanje;
• Mekong-delta.
 
Deze eend beheerst het schrijven van het $-teken perfect.
  • Samenstellingen met getallen, afkortingen, symbolen en letteraanduidingen (wat dat ook moge betekenen):
• tv-zender;
• meervouds-s;
• $-teken.
  • Een handjevol voorvoegsels uit het Grieks en uit het Latijn:
• vice-president;
• ex-vriendin;
• quasi-professioneel.
Let wel: bij anti, co, des, duo en sub wordt het bijna altijd aan elkaar geschreven (antidiefstal, desillusionisme), tenzij het onder de hierboven genoemde uitzonderingen valt (coöperatie is een mooie, want dan is er een trema, nog meer ellende!).
  • Sommige gevallen kun je een streepje doen waarin het je juister lijkt:
• rij-instructeur (een rijinstructeur met een iji is nogal raar);
• kwarts-lagen, kwart-slagen (welke zou het nu toch zijn?);
• doe-het-zelf-zaak;
• kat-en-muis-spel;
• rot-toch-op-regeling.

Trauma's met trema'sBewerken

 
Wat zullen we drinken, zeven dagen lang? Wat zullen we drinken? Wat een dorst.

Die twee puntjes op de e bij bijvoorbeeld bacteriën of bacterieën?

  • Woorden die eindigen op -ee krijgen -ën bij het meervoud (ideeën).
  • Als de klemtoon op de lettergreep waar de trema moet komen valt (-ie), komt deze als -ë erachter: melodieën, skiën.
  • Als de klemtoon niet op die -ie valt, komt de trema gewoon op de e van de -ie terecht: poriën, koloniën.
  • Telwoorden als drieëndertig krijgen een trema.
  • Om te voorkomen dat de combinaties aa, ai, au, ee, ei, eu, ie, oe, oi, oo, ou, ui, uu en ae als één klank gelezen worden, worden woorden als coördinatie, beïnvloeden, vacuüm, ruïne etc. met een trema voorzien. Het is toegestaan om, als het de leesbaarheid ermee vergroot, een koppelstreepje te gebruiken bij woorden als zo-even.

N.B.: opticien, lesbienne, petroleum en nog een paar woorden hebben geen trema.

Meer grammatica die veel fout wordt gedaanBewerken

Dan/alsBewerken

Dan = grootteverschil en als = vergelijkend. Dat is alles.

  • De koers loopt hoger dan vorig jaar.
  • De koers loopt stabieler dan vorig jaar.
  • De koers loopt even hoog als vorig jaar.

Die/datBewerken

 
Een ander gat.

Schrijver dezes heeft in het begin ook veel moeite gehad om deze twee woorden uit elkaar te houden, maar de regel is niet moeilijker dan:

  • Bij de hoort die (die auto, die trein, die gek).
  • Bij het hoort dat (dat huis, dat ding, dat gordijntje).

Maar:

  • Er zit een gat in mijn broek, die ik al jaren heb (de broek heb ik dus al jaren).
  • Er zit een gat in mijn broek, dat ik al jaren heb (het gat heb ik dus al jaren).

Hun/henBewerken

Wel, hun is bezitsgerelateerd en hen kan dat ook zijn, maar in een vergelijking gezet:

  • Het is hun auto = De auto is van hen.
  • Japan is hun te ver = Japan is voor hen te ver.

In het geval waarbij hen geen rol m.b.t. bezit speelt, wordt deze gebruikt als lijdend voorwerp:

  • De werkgever ontsloeg hen.
  • Dankzij Sophia kon ik hen verslaan.
  • Ik krijg nog geld van hen.

Hier kan ik een heel lang verhaal over houden, maar dit is het echt!

Wie/wat/die/datBewerken

 
Wat?
  • Die/dat = voor aanwijsbare objecten (of iets dergelijks) en concrete woorden (dat huis, die man).
  • Wat = voor onbekende, ondefinieerbare verschijnselen (iets, het enige, het laatste, het leukste).

Wie wordt enkel gebruikt voor personen, maar er kan i.v.m. wie ook die gebruikt worden. Let wel:

  • We hebben een cadeau gekregen voor onze verjaardag, dat we erg leuk vonden (het cadeau zelf vonden we leuk).
  • We hebben een cadeau gekregen voor onze verjaardag, wat we erg leuk vonden (het feit dat we überhaupt een cadeau kregen vonden we leuk)

Doordat/omdatBewerken

  • Omdat geeft een reden aan (ik neem de tram omdat het regent, ik ga slapen omdat ik moe ben)
  • Doordat geeft een oorzaak aan (de trams rijden niet doordat een tram is ontspoord, ik ben ziek doordat ik een virus heb opgelopen)

Ei/ij en au/ouBewerken

Dit is wat ingewikkelder. Peilers en pijlers zijn niet hetzelfde en rauw is evenmin hetzelfde als rouw. Dit is een klassiek voorbeeldje van uit het hoofd leren, net als de specifieke spelling van (sterke) werkwoorden en hun vormen. Enkele woorden en hun betekenissen:

Rauw (als in: rauw vlees) = ongebakken of niet gekookt. Rouw (als in: ik rouw om mijn overleden opa) = droefheid.
Uitwijden = iets wijder maken, breder dus. Uitweiden = je kunt een onderwerp uitweiden, behandelen dus.
Peiler = meter Pijler = steunpilaar
Leiden = de stad Leiden Lijden = pijn lijden, verlies lijden.
Steil = sterk hellend (de berg is steil) Stijl = levenswijze

Een eigenaardig apart gevalletje van ei en ij is de keuze tussen weifelen, wijfelen en twijfelen. En nee, wijfelen bestaat niet. Weifelen (aarzelen, je ongerust maken over/om iets (zal ik het nu wel doen of niet?)) en twijfelen (in onzekerheid verkeren tussen iets (bijvoorbeeld twee dingen)) weer wel.

  • Ik twijfelde tussen het aanschaffen van een iPad of een iPhone, maar ik kocht toch geen van beide (geen bijde!!!).
  • Ik weifel nog tussen ontslag nemen en door blijven klagen op dit werk.

Jansens jeneverBewerken

Jansens's jenever, Jansens' jenever of Jansens jenever... welke wordt het?

  • Na een stomme e of een medeklinker komt er direct een s achter (uit grootmoeders zolder, Filips paleis).
  • Eindigt de naam op -a, -i, -o, -u of -y, dan wordt de genitiefapostrof wel gebruikt (Jakko's gezever, baby's fles).
  • Uitzondering: eindigt de naam op een s of een s-achtige klank, dan komt die apostrof er wel, maar geen s (Jansens' jenever, Alex' hond)

Maar Jan kon er echter niks aan doenBewerken

 
Die Jan toch.

Begin een zin NOOIT met de woorden maar en echter! Sommigen proberen daar heel chic mee te doen, maar het is gewoon fout.

Naast het beginnen van een zin met 'maar' staat er nóg een fout in de koptitel: 'maar' en 'echter' komen hier twee keer in voor terwijl ze al hetzelfde betekenen. Het is dubbelop! Gewoonweg overbodig en wederom fout. Het is alleen nog net niet als

  • Ik kom nooit niet in dat café!

Waarbij ik eigenlijk stiekem altijd in dat café te vinden ben.

Een leuken film of een stommen foutBewerken

Wel eens gehoord van stoffelijk bijvoeglijke naamwoorden? Dat zijn woorden zoals

  • de stalen bak;
  • het houten huis;
  • een katoenen trui.

Ze beschrijven iets wat betreft de stof of het materiaal waarvan iets gemaakt is. Herkenbaar aan de n die achter het bijvoeglijke naamwoord komt (stalen, houten, katoenen). Zoals in die bovenste grote spellingstabel ook er stond: gewone bijvoeglijke naamwoorden krijgen die -n er gewoon niet achter! Het zijn geen dingen, of wel soms?

  • De rare doos;
  • Het stinkende hok;
  • Een leuke film.

Dus: als het van iets gemaakt is, komt er een n achter het spul waarvan het is gemaakt. Een roestige stalen gieter (n.b. roest is geen materiaal) of een gammele houten kar.

Andere fouten die erg vaak fout worden gedaanBewerken

 
De ene trein is de andere niet.
  • De titel hierboven is op zichzelf óók fout, want als je een fout fout gaat doen, doe je deze correct (de wiskundige regel -- = + gaat hierin op). Of je moet het correct fout doen.
  • 'Naar verluidt' is echt met een -dt,
  • Reizigers wordt verzocht (niet in het meervoud, want aan de reizigers wordt verzocht)
  • Bij dezen de regel dat 'bij dezen' met een -n is.
  • Mond-op-mondreclame? Dus, reanimatie-advertenties? Nee, het is mond-tot-mondreclame.
  • Iemand is werkloos en dus niet werkeloos (met een e ertussen). Evenmin bestaat er zoiets als het bijvoegelijk naamwoord.
  • Je kunt je niet irriteren aan taalfouten: je kunt je wel ergeren aan taalfouten. Het kan je wel irriteren.
  • Data kunnen worden opgeslagen en media zijn vervelend. Hm? Media is toch e... nee, zijn, want zowel data als media zijn meervoud!
  • Recent/recentelijk wil ook nog wel eens door elkaar gehaald worden. Recent is een bijwoord en recentelijk een bijvoeglijk naamwoord (een recente studie bewijst dat de recentelijk onderzochte materialen niet deugen).
  • Een aantal/paar vogels is toch echt enkelvoud.
  • Een trein rijdt niet op tijd, maar op rails... o wacht. Dit is geen taalfout.
  • Qua consistentie wordt zowel...als ook verkeerd gedaan. Iets dat als enkelvoud begint, wordt ook enkelvoudig geëindigd: ('Zowel de koning als de keizer is naar het paleis vertrokken' en 'Zowel de staatshoofden als de regering zijn naar het bal gegaan').
  • Ik laat mij niet verassen, ik laat mij wel graag verrassen!
  • Je kunt muziek beluisteren of naar muziek luisteren. Je kan niet muziek luisteren. Evenmin kun je een oplossing denken, wel bedenken of aan aan oplossing denken. Hetzelfde geldt nog meer voor
    • Ik heb het cadeau gekregen/ontvangen, maar niet gehad (da's fout).
    • Ik besef me niet iets, maar ik realiseer me iets. Je kunt wel beseffen dat je je iets realiseert.
    • Er mist iets... nee, er ontbreekt iets. Er ontbreekt een vork bijvoorbeeld. Je kunt wel iets of iemand missen.
  • We gaan iets make. Het is gewoon luiheid, of erger verwoord nalatigheid om die -n te "vergeten".
  • We kennen de uitdrukking ergens in slaan. In de verleden tijd gebruikt een enkeling hij sloeg erin, onwetend dat er een verschil is tussen (iemand) slaan (sloeg, geslagen) en (ergens in) slagen (slaagde, geslaagd). Zodoende is sloeg hartstikke fout en moet dit slaagde zijn.
  • Het is over? Nee, het is voorbij. Dit soort anglicismen (verkeerd vertaalde Engelse uitdrukkingen) zijn een hel voor de taal, net als "We doen het overnieuw" terwijl je iets opnieuw kunt doen of iets over kunt doen. "Overnieuw" bestáát gewoon niet!
  • Naast anglicismen bestaan er ook gallicismen (voor Frans) en germanismen (voor Duits). Een bekend voorbeeld van een gallicisme: "Het kost duur!" Nee: iets is duur of iets kost veel en een bekend voorbeeld van een germanisme: "Hij onderstreepte het belang van zijn studie". Nein! Hij benadrukte!

BronnenBewerken

Bij de lessen Nederlands wordt ook gedoceerd over correct brongebruik en correcte bronvermeldingen, maar daar doen we niet zo moeilijk over. Zie deze sites en overige bronnen ook voor meer hulp andere tips (ook veel voorbeelden die daar vandaan komen):

VoetnootjeBewerken

  1. Dit kan ook met 'men', 'het' of welk andere persoonsnaam dan ook.
  2. Naar mijn smaak althans.